IN|Geluid

Tussen stoepkrijt en schermtijd

Ik kom uit de jaren tachtig.

Dat klinkt inmiddels als een openingszin uit een documentaire met vergeelde beelden, synthesizermuziek op de achtergrond en kinderen met kniebeschermers die niemand droeg. Maar het is wel waar.

Ik heb nog een wereld meegemaakt waarin je gewoon buiten speelde. Niet omdat het pedagogisch verantwoord was, niet omdat er een schermtijdschema aan voorafging, maar gewoon omdat buiten de plek was waar het gebeurde.

Je ouders wisten ongeveer waar je was.

Ergens in de buurt.

Bij iemand thuis.

Op het veldje.

In een boom.

Of onderweg naar iets waarvan je zelf ook nog niet wist wat het zou worden.

En dat was genoeg.

Niemand kon je snel bereiken. Er was geen appje met waar ben je? Geen blauwe vinkjes. Geen live locatie. Geen oudergroep waarin binnen drie minuten lichte paniek kon ontstaan omdat iemand een jas kwijt was.

Je ging weg, en op een bepaald moment kwam je weer terug.

Meestal als het eten klaar was.

Of als iemand hard genoeg je naam door de straat riep.

Ik zeg niet dat vroeger alles beter was. Dat is te makkelijk. Vroeger had ook gewoon zijn eigen gedoe. Minder informatie, minder mogelijkheden, minder gemak. Je moest soms echt iets uitzoeken. Of wachten. Of accepteren dat je iets niet wist.

Wat achteraf misschien ook wel een vaardigheid was.

Want ik heb ook de andere kant meegemaakt. De computer die langzaam het huis binnenkwam. Internet dat piepte en kraakte voordat het werkte. Mobieltjes die nog vooral bedoeld waren om iemand te bellen. Daarna smartphones, apps, alles altijd bij de hand.

En ergens onderweg zijn we van bereikbaarheid naar beschikbaarheid gegaan.

Dat is toch iets anders.

Nu ik zelf kinderen heb, merk ik dat steeds meer. Ik gun ze de wereld van nu. De mogelijkheden, de kennis, de creativiteit, de verbinding. Maar ergens verlang ik ook naar de traagheid van toen.

Naar een middag die niet werd onderbroken.

Naar verveling die niet meteen opgelost hoefde te worden.

Naar buitenspelen zonder registratie.

Naar foto’s die niet direct bekeken, gedeeld of beoordeeld werden.

Naar het idee dat niet alles vastgelegd hoefde te worden om echt gebeurd te zijn.

Misschien is dat ook wat ouder worden doet. Je kijkt niet alleen terug naar vroeger, maar ook naar wat er onderweg verloren is gegaan. Niet omdat iemand dat expres heeft afgepakt, maar omdat vooruitgang vaak zachtjes binnenkomt.

Eerst als gemak.

Daarna als gewoonte.

En uiteindelijk als iets waar je bijna niet meer buiten kunt.

Technologie heeft veel gebracht. Daar hoeven we niet flauw over te doen. Ik schrijf dit waarschijnlijk op een apparaat dat meer kan dan alles wat in mijn jeugd samen in huis stond. En toch mis ik soms de wereld waarin niet alles tegelijk gebeurde.

Waarin je niet overal iets van hoefde te vinden.

Waarin stilte nog niet voelde als achterstand.

Misschien verlang ik niet eens naar vroeger.

Misschien verlang ik naar ruimte.

Naar tijd die niet direct gevuld wordt.

Naar kinderen die ergens in de buurt zijn, zonder dat ik precies weet op welke stoeptegel.

Naar een wereld waarin je soms gewoon even onbereikbaar mocht zijn.

Niet kwijt.

Gewoon buiten.